Wijk aan Zee, 13-08-2010
Betreft: zienswijze ontwerpvergunning WM/NB WKC Corus te IJmuiden
Bureau Energiezaken
Inspraakpunt WKC Corus
Postbus 223
2250 AE Voorschoten
Behandel door: D.Buwalda
Geachte heer/mevrouw,
Bij de ontwerpvergunning plaatsen wij de volgende bedenkingen:
Eén revisie vergunning
De provincie Noord Holland was in 2007 van mening (zoals gesteld in de WM 2004-46577 op blz 4) dat er één overkoepelende vergunning moest komen voor het gehele bedrijf, dit o.a. omdat verschillende vergunningen onoverzichtelijk en onacceptabel is. Ter onderbouwing van deze mening wordt tevens verwezen naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Wij zijn dan ook van mening dat het onbegrijpelijk en onterecht is dat er een aparte vergunning komt voor de Centrale. De emissies van de voorgenomen activiteit altijd binnen de totale revisievergunning moet vallen.
Emissieconcentratie-eisen en jaarvrachten
In de beantwoording van onze zienswijze staat op bladzijde 48/68 9.2 reactie b: “de oprichting van de WKC zal in het algemeen niet leiden tot extra milieubelasting”. Dit omdat de emissies zullen verschuiven van de Nuon naar Corus. Dit is ons inziens niet juist, het is niet duidelijk wat Nuon met hun centrale gaat doen. Indien deze centrale in bedrijf blijft, zal er meer aardgas verstookt worden en zal het milieu zwaarder belast worden.
Tevens zijn wij van mening dat het onjuist is om emissies te verschuiven zonder alle onderliggende vergunningen aan de nieuwe situatie aan te passen; de vergunde emissies aan de Nuon moet minimaal in dezelfde mate verlaagd worden.
Hierbij willen we U nogmaals wijzen op de afspraak met de Minister inzake aanscherping van de vergunningen.(Kamerstuk 2009-2010, 22343, nr. 238, Tweede Kamer). Wij zijn van mening dat het vergunnen van extra milieubelasting in strijd is met de opdracht van de minister dat “alles uit de kast gehaald moet worden om de luchtkwaliteit te verbeteren.”
“De provincie zal in het kader van het NSL en het hierin opgenomen Actieplan Fijn Stof (NSL) nagaan welke mogelijkheden er zijn om de vergunningen van deze bedrijven aan te scherpen, onder andere met het oog op verdere reductie van de emissies van fijn stof. ----
----Het bevoegd gezag ter plaatse in de IJmond heeft de verantwoordelijkheid om in het kader van de milieuvergunningen uitvoering te geven aan de mogelijkheden om emissies terug te dringen. Het provinciaal bestuur is bevoegd gezag voor Corus en enkele andere grote bedrijven en de gemeenten zijn het gezag voor de overige bedrijven. De opgave voor het bevoegd gezag om invulling te geven aan die verantwoordelijkheid dient niet onderschat te worden. Ook het feit dat ook de andere hierboven genoemde bronnen (verkeer, scheepvaart) bijdragen aan de verminderde luchtkwaliteit in het onderhavige gebied in vergelijking met andere delen in Nederland maakt het dat ‘alles uit de kast’ gehaald moet worden om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dat is voorwaar een complexe opgave”.
Zienswijze van milieufederatie Noord Holland.
Wij kunnen ons tevens vinden in de zienswijze ontwerpvergunning WM/NB WKC Corus te IJmuiden (11-8-2010) van milieufederatie Noord Holland. Deze willen wij dan ook integraal overnemen:
zienswijze ontwerpvergunning WM/NB WKC Corus te IJmuiden
100810
R. van Arendonk/L. de Savornin Lohman
11 augustus 2010
Geachte heer / mevrouw,
Hierbij dient de Milieufederatie Noord-Holland een zienswijze in tegen de
ontwerpvergunning in het kader van de Wet Milieubeheer en de Natuurbeschermingswet
voor de nieuwe Warmtekrachtcentrale (WKC) van Corus te IJmuiden.
Wet Milieubeheer
Over het algemeen staan wij positief tegenover deze nieuwe WKC omdat hierdoor het
milieuonvriendelijke affakkelen zal worden verminderd. Ook zijn de milieu- en
energieprestaties van de nieuwe WKC per eenheid GigaJoule over het algemeen beter in
vergelijking met de oude situatie, maar doordat er meer productiegassen in deze
nieuwe centrale zullen worden verbrand zal de totale uitstoot van en aantal stoffen
toch weer gaan toenemen. De uitstoot van NOx zal daarentegen sterk verminderen,
maar ondanks dat neemt de zuur- en stikstofdepositie op de Natura 2000 gebieden
echter licht toe, met als gevolg dat in sommigen delen van het Noord-Hollands
duinreservaat significante effecten niet kunnen worden uitgesloten. Ook op het gebied
van fijn stof vindt er weinig verbetering plaats. Fijn stof met de daaraan gebonden
zware metalen, dioxines ed. nemen zelfs licht toe in vergelijking met de huidige situatie
en dat in een gebied waar de fijn stof belasting toch al zo hoog is. En voor SO2
veranderd er ook niet veel, aangezien er geen ontzwavelingsmethoden worden
toegepast. Verder is het nog onduidelijk wat er gaat gebeuren met de bestaande NUON
centrale. Als deze centrale open blijft en overgaat naar het stoken op aardgas, dan komt
de daarbij behorende milieubelasting in deze al zwaar milieubelaste regio er nog eens
bovenop. Vandaar dat wij van mening zijn dat zeer kritisch gekeken moet worden naar
nieuwe milieubelastende activiteiten in deze regio. Tegen deze achtergrond hebben wij
een aantal bezwaren/opmerkingen aangaande de ontwerpvergunning.
Emissies fijn stof en zware metalen.
In het algemeen vinden wij dat de milieudruk van geheel Corus voor de omgeving al erg
hoog is en dat deze door ingebruikname van deze nieuwe WKC niet zou mogen
toenemen. De verschuiving van de emissies van NUON naar de nieuwe WKC van Corus
zouden in principe niet mogen leiden tot een verhoging van de emissieplafonds van
geheel Corus. Voor wat betreft SO2 vraagt Corus middels deze vergunning een
verhoging van het SO-emissieplafond aan, hetgeen ten dele ook vergund wordt
(waarover later meer). Voor wat betreft fijn stof en de zware metalen wordt echter geen
verhoging van het emissieplafond aangevraagd. Klopt de constatering derhalve dat de
emissies van fijn stof en de daarbij behorende zware metalen van de WKC moeten
passen binnen de voor de gehele inrichting Corus vigerende emissieplafonds voor fijn
stof en zware metalen, zoals deze resp. in voorschrijft 0.4.2 van de Definitieve
Beschikking en in voorschrift 0.4.1.H van het Herstelbesluit zijn vastgesteld?
En als de bovengenoemde constatering klopt, dan zal de uitstoot van fijn stof en de
zware metalen ook gemonitord en getoetst moeten worden. Wij missen echter een
monitoring van zware metalen in de ontwerpvergunning. Dit zou alsnog moeten worden
opgenomen in de definitieve vergunning.
Met een daggemiddelde emissiegrenswaarde van 4 mg/m3 (en een jaargemiddelde van
0,7 mg/m3) voldoet deze eis, volgens de overwegingen, aan de concept BREF IJzer en
Staal; aan de BREF LCP en aan de NER. Een verdergaande reinigingtechniek voor fijn stof
is, zo lezen wij uit de aanvraag en ontwerpvergunning, niet kosteneffectief (270 euro
per vermeden kg fijn stof) en wordt dan ook niet voorgeschreven. Maar ondanks dat aan
de BREF en NER wordt voldaan en verdere reiniging niet kosteneffectief is, stoot de WKC
wel jaarlijks 7,8 ton fijn stof uit. De regio is momenteel al zwaar belast met fijn stof en
op basis van de nieuwste GCN-kaarten (april 2010) is de kans groot dan na 2011 en bij
een aantrekkende economie de fijn stof normen in deze regio op sommige plaatsen
overschreden blijven worden. Extra uitstoot van fijn stof door nieuwe industriële
activiteiten moet dan ook vermeden worden en indien dat niet mogelijk c.q.
kosteneffectief is, gecompenseerd worden door elders extra uitstoot van fijn stof te
verminderen. Ook Minister Cramer adviseert in haar brief n.a.v. het RIVMgezondheidsonderzoek
dat binnen de IJmond-regio extra gekeken moet worden naar
een verdergaande sanering van de fijn stof bronnen. Hoe staat het met deze sanering en
zou het niet te rechtvaardigen zijn dat elders bij Corus extra maatregelen getroffen om
de jaarlijkse uitstoot van 7,8 ton fijn stof van de WKC teniet te doen?
Emissies SO2
Voor wat betreft SO2 worden er in deze vergunning geen reinigingstechnieken
voorgeschreven en wordt het SO2 emissieplafond voor geheel Corus derhalve verhoogd
met 379 ton tot 4320 ton SO2. Ook voor wat betreft dit emissieplafond zijn wij van
mening dat het SO2 emissieplafond niet zomaar weer verhoogd kan worden. Gekeken
zal moeten worden of deze extra SO2-uitstoot niet elders binnen de inrichting
gecompenseerd kan worden, zodat het plafond niet omhoog hoeft te gaan. Voorschrift
0.4.7 van de Definitieve beschikking en 0.4.7.H van het Herstelbesluit bepalen dat er
onderzocht moet worden hoe de SO2-uitstoot verder reduceert kan worden bij o.a. de
fluorwassers, de zwavelzuurfabriek, de kooksfabrieken 1 en 2 en bij de
Hogedrukwasser van de Sinterfabriek. Is een dergelijk onderzoek al uitgevoerd? De
resultaten van deze onderzoeken moeten betrokken worden bij de vraag of het
emissieplafond van Corus verhoogd moet worden. Zolang deze onderzoeken nog niet
bekend zijn, zou het emissieplafond van Corus niet zomaar verhoogd mogen worden.
Dit is volgens ons nu ook niet nodig, daar Corus momenteel met haar totale SO2-
uitstoot van 2100 ton in 2009 (zie mjv 2009) zeer ruim onder het totale emissieplafond
van 3941 ton SO2 zit.
In de MER/aanvraag en ontwerpvergunning wordt geconcludeerd dat voorreiniging van
het hoogovengas en/of kooksovengas (de productiegassen) danwel na-reiniging van het
rookgas niet kosteneffectief is. Op basis van deze constatering wordt het
emissieplafond voor SO2 verhoogd. Voor wat betreft de onderbouwing van deze
conclusie hebben wij nog wel de nodige vraagtekens. Zo wordt met betrekking tot de
vraag wat wel of niet kosteneffectief is, gerekend met een kengetal uit de NER van 2,30
e per kg vermeden kg SO2. Zoals u weet zijn dit al zeer verouderde getallen. Wij zijn
van mening dat getoetst had moeten worden aan meer realistische
kosteneffectiviteitsgetallen voor een kg vermeden SO2. Volgens onze inschatting ligt
een dergelijk getal in de buurt van de 9 -12 u per vermeden kg SO2. Als onze
inschatting juist, graag horen wij de mening van de provincie hierover, dan komen er
ons inziens wel reinigingstechnieken in aanmerking. Zoals een noodwasser bij de
kooksfabriek 1. Uit de MER (bijlage E) wordt voorgerekend dat de kosteneffectiviteit van
een dergelijke installatie 9.4 y per vermeden kg SO2 is.
Ook vragen wij ons af of de optie van ontzwaveling van het hoogovengas in het kader
van deze vergunning bestudeerd is. Volgens ons wordt dit niet behandeld in het MER. In
2008 heeft DHV in opdracht van VROM (in het kader van het halen van het NEC plafond
voor SO2) nog eens gekeken naar de inzet van gaswassers achter de hoogovens. Uit
deze studie bleek dat plaatsing van gaswassers zeer kosteneffectief te zijn (de
kosteneffectiviteit lag in de buurt van de 3 d per vermeden kg SO2). Deze studie is voor
het berekenen van de totale SO2 jaarvracht voor Corus in het kader van het
Herstelbesluit toentertijd niet meegenomen. Deze studie had dus nu wel meegenomen
moeten worden. Weliswaar heeft Corus vraagtekens gezet bij de gehanteerde
investeringskosten in deze studie, maar volgens ons is deze mogelijkheid, met
eventueel aangepaste cijfers, helemaal niet meer onderzocht. Klopt het dat aan deze
optie geen aandacht besteed is in deze procedure? De in bijlage N onderzochte
reinigingstechnieken gaan alleen over nageschakelde reinigingstechnieken voor de WKC
rookgassen en dus niet voor het hoogovengas? En indien dat zo is, dan zou een
dergelijke optie alsnog onderzocht dienen te worden.
Verder zijn wij verbaasd over hoe de nageschakelde techniek, wassing met zeewater, in
de ontwerpvergunning wordt “afgeserveerd”. Hoewel deze techniek wel toepasbaar zou
zijn volgens de BREF LCP, heeft Corus momenteel geen toestemming om hiervoor extra
zeewater te onttrekken. Vanwege het niet beschikbaar hebben van de benodigde
capaciteit, is deze techniek, aldus de ontwerpbeschikking, daarom niet toepasbaar. Wij
vinden dit een zwakke motivering; als deze techniek toepasbaar is, dan moet toch
gekeken worden of extra onttrekking van het zeewater mogelijk is!
Resumerend zijn wij van mening dat voordat het SO2 plafond verhoogd gaat worden
het zonder meer duidelijk moet zijn dat er geen kosteneffectieve reinigingstechnieken
van de productie- danwel rookgassen voorhanden is. Tevens moeten de resultaten van
de andere SO2 reductie-onderzoeken hierin betrokken worden. Wij zien vooralsnog niet
in dat het SO2-emissieplafond voor geheel Corus nu plotsklaps verhoogd moet worden.
De noodzaak hiertoe ontbreekt momenteel, gezien het feit dat ze in 2009 nog zeer ruim
onder het SO2-plafond van 3941 ton bleven.
Restwarmtebenutting
Bij deze nieuwe WKC komt er ook nog erg veel onbenutte restwarmte vrij. In het kader
van onze reactie op het MER hebben wij onze verbazing uitgesproken dat deze
restwarmte niet nuttig gebruikt wordt. Wij zijn verheugd te lezen dat de provincie in
principe met ons van mening is dat restwarmte beter benut zou moeten worden en dat
zij daartoe een haalbaarheidsonderzoek heeft voorgeschreven ter benutting van de
restwarmte binnen dan wel buiten de inrichting van Corus.
Natuurbeschermingswet
Kritische depositiewaarden stikstof te hoog vastgeteld
Bij de kritische depositiewaarden voor stikstof voor de verschillende Habitattypen is in
de ontwerpvergunning, in navolging van Van Dobben e.a. (2004)1, de publikatie waarin
deze waarden zijn afgeleid, uitgegaan van een achtergronddepositie van zwaveldioxide
van 400 mol S/ha. In het Noord-Hollands Duinreservaat is deze waarde echter hoger, te
weten 465 S mol/ha (Passende Beoordeling, pag. 100).
De kritische depositiewaarden zijn derhalve in het ontwerpbesluit te hoog vastgesteld
en dienen voor dit verschil gecorrigeerd te worden.
Beheersovereenkomst Corus-PWN uitbreiden naar habitattype Grijze Duinen A bij de
Papenberg
Om significante effecten op het prioritaire Habitatsubtype Grijze duinen B (H2130B) in
het Noord-Hollands Duinreservaat (NHD) te kunnen uitsluiten is voorzien in (t.o.v. het
huidige beheer) aanvullend, door Corus te betalen maaibeheer ter plekke (en in
aangrenzend gebied), bij wijze van mitigerende maatregel.
Op zich is het de vraag of een dergelijke vorm van mitigatie, door middel van een
maatregel die los staat van de aangevraagde activiteit, juridisch stand kan houden. Of
dat hier sprake is van compensatie, waarvoor dan ook de ADC-toets zou moeten worden
doorlopen
De Milieufederatie Noord-Holland wil thans in het kader van deze (ontwerp-)vergunning
deze principiële juridische kwestie niet aan de orde stellen. Wel zijn wij van mening dat
de gehanteerde criteria voor het kiezen van deze mitigerende maatregel dan ook
gehanteerd dienen te worden voor andere Habitat(sub-)typen en Natura 2000 gebieden
waarop de WKN van invloed is.
Met name voor het prioritaire subtype H 2130 A in het NHD, zoals voorkomend bij de
Papenberg, zou naar onze opvatting voorzien moeten worden in aanvullend beheer
door middel van intensivering van de begrazing.
Aldaar is immers, net als bij Habitatsubtype H 2130 B, voldaan aan de volgende criteria:
· Overschrijding van de kritische depositiewaarde; i.f. nu deze toch al te hoog is
vastgesteld (zie bovenstaande, geen rekening gehouden met hogere
achtergronddepositie zwaveldioxide);
· Een forse depositie van 7,5 mol/hectare van de WKN, die in ieder geval
significant de ondergrens van 2,5 mol/hectare overschrijdt;
· Een zeer ongunstige staat van instandhouding van een prioritair Habitat
(sub-)type;
· Een instandhoudingsdoelstelling gericht op uitbreiding;
· Bestaand beheer (i.c. extensieve begrazing) dat verdere achteruitgang van het
Habitat(sub-)type niet kan voorkomen;
· De mogelijkheid om door aanvullend beheer, i.c. intensivering van de begrazing
(zie de Passende Beoordeling, pag. 112), uit te sluiten dat er significante
effecten zijn op de instandhoudingsdoelstelling.
De in de ontwerpvergunning betrokken stelling dat het bestaande beheer de depositie
door de WKN teniet doet is zowel niet onderbouwd als irrelevant, want het gaat in deze
vergunning om de effecten van de WKN-depositie op zich.
De intensivering van de begrazing zou, net zoals is geschied m.b.t. maaibeheer voor
Habitatsubtype H 2130 B, vastgelegd dienen te worden in een overeenkomst tussen
Corus en de beheerder van het gebied in kwestie (de Papenberg).
Los van deze juridische redenering is de Milieufederatie van mening dat het voor Corus
passend zou zijn, gegeven de jarenlange schadelijke deposities van bestaande
activiteiten, in het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, ter plekke een
bijdrage te leveren aan herstel van juist de maatschappelijk als waardevol ervaren
zeedorpenvegetatie.
Hoogachtend,
Milieufederatie Noord-Holland
Ernest Briët, directeur
Wij behouden ons het recht voor om onze bedenkingen in de toekomst aan te vullen of te wijzigen. Tevens behouden wij ons het recht voor om (nadere) bedenkingen en bezwaren te maken.
Met vriendelijke groet,
Voorzitter Dorpsraad Wijk aan Zee P.J.M.Weel, Paasdal 25 1949 AV
Secretaris Dorpsraad Wijk aan Zee D.Buwalda,Voorstraat 21 1949 BG