Overzicht van de beelden
U bent nu hier: Wijk aan Zee >> Cultuur >> Kunst >> Beeldenpark Een Zee van Staal >> Overzicht van de beelden

02  Nico Betjes  Nederland  Zonder titel
09

Apostolos Fanakidis   

Griekenland 

Thalassa apo atsali (1999)

10

Colin Foster   

Hongarije 

Angel XXIX, Home and Tea (1999)

05

Karl-Heinz Langowsky   

Duitsland 

Die leeren Augen der Sprachlosigkeit (1999)

13

Herbert Nouwens   

Nederland 

Corus: Arie, Piet, Loes, Henk en Ludwig (2003)

06

Jos� Rault   

Frankrijk 

Au dela des Vagues (1999)

03

Paul Sch�bel   

Denemarken 

Insh’Allah (1999)

11

Jaak Soans   

Estland 

Playing Waves (1999)

 08

 Robert Erskine

Engeland 

White Rhytm (1999)

07

Mercedes Redondo  

& Antonio Sampredo 

Spanje 

Esperanza (1999)

01

Ales Vesely   

Tsjechi� 

The Messenger (1999)

12  Luciano Dionisi    La Casa di Mare
04

Niko De Wit   

Nederland 

Zonder titel (2003)

Nico Betjes - zonder titel
Nico Betjes - zonder titel

Het beeld van Nico Betjes doet bescheiden aan. Het ligt op een lage duintop zodat je er onderdoor kijkt. Het heeft geen herkenbare vorm, maar het wekt wel associaties. Aan duinen bijvoorbeeld, of golven. Of aan een liggend naakt, een klassiek kunstenaarsthema.

Nico Betjes gaf zijn beeld geen titel. Dat stuurt teveel, vond hij. Dan ga je kijken ‘of het wel lijkt’. En dan ga je voorbij aan vorm en huid van het beeld zelf en ontneem je jezelf de kans om te worden verrast.

‘Zonder Titel’ heeft een soort vanzelfsprekendheid die een goed beeld kenmerkt. Twee bogen vormen een lage poort, of een heuvel.

Ze zijn niet gelijk maar hebben wel dezelfde vorm. Van beide is een hoek naar buiten en een hoek naar binnen gevouwen. Ze liggen naast elkaar, de een iets voor de ander, omgedraaid. Een rondgang levert een steeds wisselend silhouet en telkens andere doorkijkjes op. Licht en donker versterken de ruimtelijkheid. Daarmee heeft Betjes een klassiek kunstwerk gemaakt, dat van alle kanten een ander, interessant beeld oplevert.

De ronding van de platen, de vouwen en deuken verwijzen naar de krachten die de kunstenaar op het materiaal heeft uitgeoefend om ze in model te krijgen. Een echte Betjes-aanpak. Jarenlang probeerde hij door vouwen, deuken, scheuren, snijden en lassen het taaie staal naar zijn hand te zetten.

Ook dit beeld is proefondervindelijk tot stand gekomen. De bogen zien er massief uit, maar ze zijn gelast van plaat. Dat blijkt als je erop klopt, want de lasnaden zie je niet.

“Ik heb zes platen nodig”, deelde Nico Betjes de organisatie mee. “Twee om te verknoeien en vier om het beeld van te maken”.

Veel woorden had hij niet nodig. Hij sprak in staal.
Luciano Dionisi - La Casa di Mare
Luciano Dionisi - La Casa di Mare


Het ‘huis van de zee’ staat op een goedgekozen locatie tegen de rand van het terrein. Het is zo geplaatst dat de verticale vorm, het ‘huis’, als een duidelijk silhouet afsteekt tegen de rustige achtergrond van lucht, helmgras en groen. Het liggende deel, de zee, gaat fraai op in het landschap.

In de ontwerpfase bestond het beeld alleen uit ‘huis’ en hoekige ‘golven’ van gevouwen plaat. Dionisi had een schaaltekening op papier compleet met knipranden en stippellijnen. Alsof hij met een stanleymes een maquette ging maken. De dikke kromme plakken, aanrollende golven, heeft hij later toegevoegd.

La Casa di Mare is een doordacht beeld in alle opzichten. Het ‘huis’ werkt acht meter hoog als blikvanger op het open terrein. De ‘golven’ leggen als het ware de loper uit en verbinden de hoge verticale vorm met de grond. Ook de vormentaal is afgewogen. Het ‘huis’ is niet letterlijk verbeeld maar wordt vereenvoudigd tot poort. Een poort met uitsteeksels en een rond gat. Als een runeteken. Maar de driehoek en het gat verwijzen eveneens naar het timpaan zoals je dat bij klassieke gebouwen boven de deur vindt.

Het liggende deel verbeeldt de zee. Een golf slaat in hoekige stukken uiteen en neemt bezit van het huis. De aanrollende golven, miswalsingen, heeft Dionisi van de schroothoop getrokken.

Alle platte delen zijn gezet in een hoek, gevouwen. Een technische oplossing om stevigheid te krijgen. Voor de kunstenaar interessant om te zorgen dat het beeld meer is dan een platte tekening. Dat is goed te zien aan het ‘huis’ als je rondloopt. Het werk is in delen aangevoerd en met wiskundige precisie ter plekke met bouten en moeren in elkaar gezet. Zo vormen gevonden en gemaakte vormen een samenhangend beeld.

Robert S. Erskine - White Rhythm
Robert S. Erskine - White Rhythm



Bovenop een duintop trekt het witte beeld van de Engelsman Robert S. Erskine alle aandacht. Het lijkt of het elk moment in beweging kan komen. Is het wapperend wasgoed of een monsterlijk grote rups? Erskine noemt het anders: het is een ‘City Piece’, een ‘stadsbeeld’. Met een knipoog naar het thema ‘Cultureel dorp van Europa’. Erskine nam niet de bebouwing van een stad als uitgangspunt, maar de drukte, de dynamiek en de snelheid die het stadsleven eigen is. Die combinatie van drukte en beweging vond hij vooral op zebrapaden in grote steden. Hij zag mensen gehaast oversteken, hun regenjas (hij blijft een Engelsman) fladderend om hen heen. Dit beeld, dit ritme van wapperende jaspanden heeft hij uitgedrukt in staal. Een eerdere versie, op klein formaat in brons, diende als voorbeeld.

Voor dit stalen beeld knipte hij tientallen ruitenvormen uit plaat en liet die in een krul walsen. Plaat voor plaat heeft hij ze aan elkaar gelast in een mooi ritme van hol-bol, hoog-laag. Het middenstuk bestaat uit twee reeksen naast elkaar; een vertaling van links en rechts op het zebrapad. Dat is vanaf de onderkant te zien. Bij de kop en de kont komen beide rijen samen en vervlechten de platen tot een geheel.

De knik in het lijf verhoogt de beweeglijkheid. De sprieten geven richting aan. Ze dienen ook ter versteviging.

Het beeld staat met stijve stalen poten op een enorm voetstuk in de vorm van een omgeslagen schip. Is het stadsbeeld toch nog verankerd aan de kust.

Apostolos Fanakidis - Thalassa apo atsali
Apostolos Fanakidis - Thalassa apo atsali



‘Een melodie van een Zee van Staal’ is een verbeelding van water dat tegen de kust klotst. Niet alleen in vorm, maar ook in geluid.

Het is uitgevoerd in twee soorten staal. De honderden zilvergrijs verzinkte vierkantjes wiegen zachtjes op dunne staken en doen denken aan reflecterend zonlicht op een wateroppervlak. De drie zware, roestige opstaande platen vormen de kust.

Fanakidis had eerder een groot beeld samengesteld uit vele kleine onderdelen en ook voor ‘Een Zee van Staal’ koos hij voor die opzet.

Eindeloos was hij bezig met lassen. Plaat na plaat, staf na staf. Al die losse componenten ordende hij tot een fraaie compositie.

Hoog en laag en onder allerlei hoeken golft de zee van plaatjes. Ze omspoelen de opstaande platen en klotsen tegen de achterkant.

Ze slaan bressen in de kust. Niet door brute kracht, lijkt het. Want de zee wekt niet de indruk ziedend en vernietigend te zijn.

Eerder lieflijk kabbelend, helder en licht. Onschuldig.

De platen die de kust vormen, verbogen en gehavend, zien er niet uit of ze het water nog lang kunnen keren. Hoe dik en solide ze ook zijn. Want ook een eeuwigdurende beweging heeft erosie tot gevolg.

Het beeld is in zichzelf besloten en maakt weinig contact met de omgeving. Het grondvlak, een rechthoek, ligt als een uitgerold tapijt op het gras. Schuin van voren toont het zich het best.

Bijzonder is dat het beeld geluid maakt. Bij wind tikken de plaatjes tegen elkaar en hoor je de melodie. Bij regen of hagel klinkt die weer anders. Lieflijk. Als een Griekse zee, want de Noordzee brult wel anders.

Colin Foster - Angel XXIX, Home and Tea
Colin Foster - Angel XXIX, Home and Tea



De Engelsman Colin Foster woont al jaren in Hongarije. Hij werkt hoofdzakelijk in steen met af en toe een uitstapje naar staal.

Zoals hier in Wijk aan Zee.

Foster had van dorpsbewoners vernomen dat het Rolandsduin in de Tweede Wereldoorlog als lanceerplek werd gebruikt voor vliegende bommen. Vanaf deze plaats werd Londen bestookt met V1 en V2 raketten. Daardoor werd het Rolandsduin voor hem een beladen plek. Een plek met recht op een gedenkbeeld.

Het werd een abstract beeld in de serie ‘Engelen’. Achtentwintig ‘Angels’ had hij al gehakt in steen; de negenentwintigste moest worden uitgevoerd in materiaal van de schroothoop. Letterlijk, want Foster heeft bijna alleen maar gevonden vormen gebruikt en die samenhang gegeven. Als een ruimtelijke collage.

‘Angel…’ is bescheiden van formaat; dat is steenhouwers eigen. Maar het heeft een stevige symboliek. Op de grond liggen brokken staal, delen van een kapotte wals. Gescheurd, gebroken. Puin. Ongeordend lijkt het. Uit deze chaos rijst een figuur op. Symmetrisch en met vleugels. In elkaar gezet van platte plaat als een speelgoedzweefvliegtuig. Hij doet aan een vliegtuig denken, maar het neusje geeft hem een menselijk trekje. Een engel. Of de fabelvogel Feniks, die telkens uit de as herrijst.

De titel verdient nadere uitleg. ‘Angel’ is duidelijk genoeg. ‘Home and Tea’ was de gevleugelde uitdrukking van Engelse oorlogsvliegers die terugkeerden van bombardementsvluchten op Duitse steden. Met deze boodschap maakten ze duidelijk dat ze het afweergeschut wederom overleefd hadden en op de terugweg waren. En daar wachtte de thee…

Karl-Heinz Langowsky - Die leeren Augen der Sprachlosigkeit
Karl-Heinz Langowsky - Die leeren Augen der Sprachlosigkeit

Als een neergestorte vlieger ligt het stalen beeld van de Duitse kunstenaar Langowsky tegen een duinhelling.

Twee rauwe ongelijke driehoeken verbonden door enkele stalen strips vormen samen een gezicht. Door de grote ogen groeit helmgras, waarmee het duin langzaam bezit neemt van het werk. De mond is getekend met stalen repen. Het is geen vrolijk beeld. De opengesperde ogen drukken ontzetting uit. De mond is verwrongen. De vorm is ruw en lijkt haastig in

elkaar gezet. En een neergestorte vlieger is nou ook niet bepaald een vreugdessymbool. Langkowski heeft een protestbeeld willen maken. Een kunstwerk waarin de verbijstering over de plannen voor een luchthaven voor de kust van Wijk aan Zee tot uitdrukking komt.

Een maatschappijkritisch werk.

Als graficus had hij ervaring met vormgeving op het platte vlak. Eerder werkte hij met jute en twijgen. Ook dit beeld is plat als uit karton geknipt.

De lokatie is geraffineerd gekozen, gebruik makend van de steile helling die naar de weg toe ligt. Anders dan de andere beelden ziet dit er toevallig uit. Alsof het zo uit de lucht is komen vallen en bij toeval deze plek toebedeeld heeft gekregen. In werkelijkheid ligt het verankerd aan zware stalen staven.

Herbert Nouwens - Corus: Arie, Piet, Loes, Henk en Ludwig
Herbert Nouwens - Corus: Arie, Piet, Loes, Henk en Ludwig

Vijf torens rijzen op uit het helmgras. Vijf verschillende maar gelijksoortige elementen. Kloeke, sobere vormen. Hoekig en dicht. Krom en een beetje scheef, met een levende huid die de sporen van het maken nog draagt. Letterlijk handgemaakt van afgekeurde plaat met een gemiddelde dikte van 35 millimeter. Ze staan opgesteld als stalen monolieten. Of als middeleeuwse woontorens in een Italiaanse stad.

Arie, Piet, Loes, Henk en Ludwig heten ze, als eerbetoon aan de mensen die bij Corus hebben staan lassen, slijpen, vouwen en hijsen.

De toren is een regelmatig terugkerend thema in het werk van Herbert Nouwens. Hij is gefascineerd door de vierkante woontorens zoals die nog te zien zijn in Toscane, Italië. De maat, de helderheid en de geschiedenis spreken hem aan.

De vierkante dorpstoren van Wijk aan Zee en het verlangen om een uitkijktoren te bouwen om werkelijk over de duinen te kunnen kijken waren voor hem aanleiding ook voor ‘Een Zee van Staal’ aan torens te gaan werken. Zo wilde hij een visuele verbinding tot stand brengen tussen dorp en industrie.

Liefst had hij gewerkt met massieve, gesmede blokken, zoals hij die in kleinere beelden gebruikt. Maar gezien de schaal waarop hij werkt was dat niet te realiseren. Een goede tweede keus was plaat; uitloopstukken van de walsstraat, krom en ongelijk van dikte. Levend materiaal. Materiaal met karakter. De beschikbaarheid bepaalde de maat van de hoogste en de laagste toren: ongeveer zeven en drie meter. De andere drie torens moesten zich hieraan aanpassen. Na het lassen en snijden volgde de tweede fase: het maken van een compositie.

De ruimte tussen de torens speelde hierbij net zo’n belangrijke rol als de maat en vorm van de torens zelf. Een spel van massa en ruimte. Niet in het beeld zelf, zoals bij andere, open beelden die Herbert maakt, maar met de tussenliggende ruimte en de openheid van het terrein.

José Rault - Au delà des Vagues
José Rault - Au delà des Vagues


De Breton Rault heeft een verhalend beeld gemaakt. Een kunstwerk over de kust. De Franse kust wel te verstaan.

Als een wand rijzen ruw gesneden platen op van het stalen voetstuk. Stevig materiaal, met een robuuste uitstraling. Krijtrots, volgens de kunstenaar. Bovenaan is een driehoekige vorm te zien; een vogel. Aan de ene zijde van de plaat breekt een golf op de rotsen. Aan de andere kant zijn mensen en een vogel te zien. Mens en vogel vormen een mooi tegenwicht voor de aanrollende golf. Zowel in massa als in richting.

Het beeld is toegankelijk door zijn herkenbaarheid maar ook door zijn maat; de mensen zijn mensgroot. Toch is dit beeld voor een groot deel samengesteld uit gevonden materialen. Beide vogels zijn gemaakt van afvalstukken. De een heeft veel weg van een bestaande vogel,

met zijn rondingen en organische vormen. De ander lijkt op een supersonisch vliegtuig. De mensen zijn gelast van restplaten van het beeld van Erskine, White Rhythm. Om de herkenbaarheid te vergroten heeft Rault ze een rond hoofd gegeven. De golf is wel in de vorm gewalst, wat een tijdrovend karwei was. De ‘rots’ komt het meest als een abstracte vorm over, maar ook hierin heeft de kunstenaar geprobeerd enige gelijkenis met echte rots te bewerkstelligen, door er openingen in te branden. Zo doet hij denken aan een grillige rotswand met scheuren en kloven.

Al met al vormt dit beeld een puzzel van verschillende elementen, elk met hun eigen vormentaal. Dat de verschillende onderdelen geen eigen leven gaan leiden komt doordat ze als een grote bruinige familie dicht bij elkaar een eigen veldje hebben, hoog boven de vlakte.

De titel ‘Boven de golven’ geeft het standpunt van de mensen weer: hoog op de krijtrotsen neerkijkend over zee.

Paul Schöbel - Insh?Allah
Paul Schöbel - Insh’Allah

Insh’Allah is een Arabische uitroep die staat voor ‘zo God het wil’. IJs en weder dienende, zouden wij zeggen, of ‘Deo Volente’.

Je geeft ermee aan dat je niet alles in de hand hebt.

De Deen Paul Schöbel had wel veel in de hand. Hij koos een staalplaat uit en legde die zorgvuldig ondersteund neer. Hij regelde een magneetkraan die er van vijftien meter hoogte een loodzware walsrol op liet vallen. Keer op keer. Zijn plan was het staal ter hoogte van de aangebrachte sleuf te doorboren, maar de walsrol kwam niet met de punt naar beneden, maar met zijn brede achterkant. Daardoor gebeurde niet wat de kunstenaar voor ogen stond. Wel vervormde de plaat behoorlijk. Daarom: ‘Insh’Allah’. Walsrol en plaat liggen in het helmgras. Andere proefnemingen leverden nog zeven vormen op, draperieën, zoals hij ze noemt. Platen waarop hij blokken van vijf ton had laten vallen. Een ervan ligt een stukje verderop.

Beelden als deze zijn niet gemaakt om het mooie. Of om als monument te dienen voor een plek of een gebeurtenis. Ze dienen enkel als verslag van een onderzoek. Je leest eraan af hoe ze ontstaan zijn.

Die werkwijze is niet nieuw. Al sinds de jaren vijftig zijn er kunstenaars die zich meer interesseren voor het proces dan voor het eindresultaat. De totstandkoming is het eigenlijke kunstwerk, als een toneelstuk of een performance. Die wordt dan ook meestal op foto of video vastgelegd. Wat er overblijft is hoogstens een relikwie.

Het is misschien moeilijk voor te stellen maar ook deze opvatting heeft al topwerken opgeleverd. Iedereen die de video ‘Lauf der Dinge’ van het Zwitserse duo Fischli und Weiss heeft gezien – een doorlopende kettingreactie van wel twintig minuten – is definitief gewonnen. Oorzaak en gevolg als een betovering.

Jaak Soans - Playing Waves
Jaak Soans - Playing Waves

Hoe simpel kan het maken van beelden zijn. Je zet vier halve cirkels op een uitgekiende zigzagmanier in elkaar en je hebt een object met een enorme ruimtelijke werking. Dat blijkt als je eromheen loopt. Telkens verandert het van vorm. Eerst is het dicht, golvend en kolossaal, dan weer licht, puntig en open. En vanaf weer een andere kant ziet het er helemaal spectaculair uit. Dan lijkt het net of een kolossale boog met onbestemd gewicht op drie luciferhoutjes rust.

Jaak Soans uit Estland maakt simpel ogende abstracte beelden. Kan ik ook, denk je als je ze ziet. De ingenieuze ingreep blijkt wanneer je zelf met vier halve cirkels van karton in de weer gaat. Nog los van het bedenken van een sterke compositie heb je te maken met allerlei technische zaken zoals evenwicht, verstekken en bevestigingspunten. Het bijzondere van cirkelsegmenten is dat ze een bolle en een rechte kant hebben, waarmee je een mooi ritme kunt opbouwen.

Soans heeft een prachtige locatie gekozen: een afgeplat duin van ongeveer tweeëneenhalve meter hoog. Om zijn beeld binnen het thema van ‘Een Zee van Staal’ te laten passen heeft Soans het de titel ‘Playing Waves’ gegeven. Een naam die tijdens het werken ontstond. Later heeft hij zijn beeld zelfs blauw geschilderd met de randen wolkig wit om de relatie met water en golven aan te dikken. Maar het blijft een in zichzelf gekeerd abstract beeld. Natuurlijk kun je in het ritme van bolle en rechte lijnen, licht- en schaduwvlakken, punten en rondingen buitelende golven zien. Maar niet gehinderd door de titel droom je net zo goed over een ster, de manen van Saturnus, een scheepsschroef, een diamant, een sneeuwkristal of de ruimtelijke weergave van een molecuul met zijn elektronenbanen. Toch?

Antonio Sobrino Sampedro & Mercedes Cano Redondo - Esperanza
Antonio Sobrino Sampedro & Mercedes Cano Redondo - Esperanza

‘Esperanza’ is het eerste grote beeld dat dit Spaanse kunstenaarsduo maakte. Zij ontwierpen een zwangere vrouw in staal. Het haar, een dichte plaat, en haar lichaam werken als windvaan. Borst en buik zijn opengewerkt, als een tekening in de ruimte. Rug en billen zijn van plaat. De ‘benen’ waaieren uit als een flamenco-rok en krijgen zo een sierlijk voetstuk. Stevig verankerd staat zij op een duintop, de ronde tenen vastgelast op de onderplaat.

‘Esperanza’ betekent ‘hoop’ maar ook ‘zwangerschap’. Hier staat de zwangere vrouw symbool voor hoop. Hoop op een betere toekomst voor dorpen, hoop op een betere wereld. En hoop dat Wijk aan Zee in de toekomst kan meewaaien met nieuwe economische winden;

de windvaan. Een universele wens vertaald in een begrijpelijke vorm.

‘Esperanza’ heeft een prominente plaats, bovenop het hoogste duin. Logisch, vanwege de wind. En mooi, omdat het vanuit de verte gezien uit het duin omhoog lijkt te groeien.

Het is het enige beeld gemaakt door een duo, waarbij Mercedes vooral de vormgever was en Antonio de smid. Hun werkwijze verschilt met die van de andere kunstenaars, die toevallig gevonden vormen een rol in hun beeld lieten spelen. Zij kozen materiaal dat zij kennen, staf en dunne plaat, om hun ontwerp nauwgezet te kunnen uitvoeren. De figuur is eerst in staf ‘getekend’ en daarna deels aangekleed met plaat. Het is rondom gevormd, in tegenstelling tot het voetstuk, dat in aanzichten is opgezet.De onderkant toont niet alleen zwaar door zijn vorm, breed uitlopend, hij is ook uitgevoerd in zwaarder materiaal. Een solide basis, een goede grond om je hoop op te vestigen.

Ales Vesely - The Messenger
Ales Vesely - The Messenger

Het beeld van Vesely vormt een sterk verticaal teken op de vlakte. Het doet aan een poort denken, maar het is een puur abstract beeld.

Het gaat over klassieke thema’s in de beeldhouwkunst. Dragen, klemmen, omsluiten, vorm en restvorm. Een soort juk van staalplaten en stalen balken houdt een enorm rotsblok in de hoogte. Ervoor ligt nog zo’n kei, ingepakt in staal. De ‘keien’ zijn ‘beren’, resten aangekoekt materiaal uit de hoogovens, bestaande uit samengesmolten kalk en ijzer. De hangende beer weegt tien ton.

De gebogen platen zijn delen van plakken die tijdens het walsen zijn opgevouwen of van de walsbaan zijn gelopen. Alle grote onderdelen zijn gevonden.

‘The Messenger’ is eenvoudig van vorm en krachtig van uitstraling. Hoewel Vesely gebruik heeft gemaakt van bestaande vormen ziet het beeld eruit alsof hij het zelf zo in model gebracht heeft. Of hij zelf de gebogen staalplaten om de onderste beer heeft gevouwen en ze vervolgens met moeren heeft aangedraaid. Alsof hij wil zeggen: stoer materiaal maar de kunstenaar is de baas. Vesely vindt dat een beeld

zo moet worden opgebouwd dat het kleinste onderdeel zich tot het grote geheel verhoudt als een juist gekozen woord in een goedlopende zin in een hoofdstuk van een goedgeschreven boek. Wat hij daarmee bedoelt spreekt uit de aandacht voor details. Zoals de opgelaste bussen die zijn aangebracht onder de moeren van de platen die de steen omvatten. En de spiraalveer bovenin die de steen lijkt in te klemmen.

Nep-functionele toevoegingen met een sterke beeldende kracht.

Het beeld verwijst naar niets anders dan zichzelf. Het lijkt op een poort, maar het verschaft toegang tot niets. Ook de titel verschaft geen helderheid: ‘De boodschapper’. Van goed nieuws? Van slecht nieuws?

Niko de Wit - Zonder titel
Niko de Wit - Zonder titel

Aan het einde van een lange open ‘kamer’ onderaan de weg staat het beeld van Niko de Wit. Zorgvuldig bepaald en gericht. Parallel aan de weg en omhoogwijzend als opstapje om over het lage duintje te kunnen springen naar de zee. Of hoger, naar de hemel. Nadrukkelijk diagonaal als tegenwicht voor de overige beelden die hoofdzakelijk verticaal zijn.

Het is een duidelijk beeld. Een bak met trap steekt schuin uit een omgekeerde trechter. Hij lijkt op zijn plaats gehouden te worden door twee nokken die door de voorkant steken. Bak en trechter houden elkaar in wankel evenwicht.

Het beeld heeft geen titel maar biedt tal van aanknopingspunten. De bak doet denken aan een gietgoot of een transportband; het trapezium aan een opvangbak of een kiepwagen. Industriële vormen. De trap nodigt uit tot beklimmen, maar hij is onbereikbaar. Het beeld als geheel met zijn trap omhoog vertoont overeenkomsten met de gigantische astronomische instrumenten zoals die in India door Maharadja Jai Singh de Tweede zijn gebouwd. Daarmee is het geheel meer dan de som der delen.

De Wit is een beeldhouwer die speelt met vormen, volumes, zwaartekracht en evenwicht. Hij is gefascineerd door de verrassingen die zich voordoen als je vormen omdraait, op hun kop zet, vervormt of laat balanceren. Opeens kan een beeld zich - letterlijk -van een andere kant laten zien. En het wonderlijke is dat dit nog het sterkste werkt bij eenvoudige architectonische vormen. Zoals een huis, een toren, een poort, veel voorkomende elementen in zijn werk.

Om zijn vormen krachtiger te maken past hij ‘visuele correcties’ toe. Hier bijvoorbeeld heeft hij de trap naar boven toe steeds kleinere treden gegeven, wat het perspectief versterkt: de trap lijkt langer dan hij in werkelijkheid is. Ook in de bak en in het trapezium is met maten gespeeld. De bakwanden worden naar boven toe breder. Omgekeerd perspectief. En de omhooggerichte onderrand van het trapezium is smaller dan de zijranden, om bezoekers uit te nodigen in het beeld te gaan staan en omhoog te kijken. Een stalen kamer met alleen boven een raam. Wie durft?

Een nieuw beeld in 2009.

Een Rudi de Wint voor Een Zee van Staal

De stichting Een Zee van Staal is door bijdragen van Corus Staal BV en andere sponsoren in staat het kunstwerk 'de Poort' van Rudi van de Wint aan te kopen.

Het ontwerp is door zijn zoons uitgevoerd. 

Op 20 mei 2009 zal Hare Majesteit Koningin Beatrix het kunstwerrk onthullen.

 

Sponsoren:

Corus Staal BV

PWN - Provinciaal Waterleidingbedrijf NoordHoland

Buko BV

IJmond Veelzijdig

Danielle Corus

Motorenco

Pré Wonen

Delta BV

Pantheon Drukkers

Makelaardij van Amersfoort, Rumping Transport